Cariës

Cariës aan het Paardengebit

Cariës komt wel bij paarden voor maar in vergelijking bij de mens maar heel zelden. Daarom is er weinig bekend over deze aandoening bij paarden.

Een andere benaming voor cariës is tandbederf. Het weefsel waaruit een tand is opgebouwd, bestaat voor een heel groot deel uit mineralen. In elke mond bevinden zich bacteriën. De hoeveelheid bacteriën en het soort kan verschillen. Bepaalde bacteriën zetten suikers om in zuren waardoor de pH waarde in de mond lager wordt. Deze zuren tasten het tandglazuur aan door de mineralen op te lossen. Wanneer het tandglazuur dusdanig aangetast wordt dat het begint af te brokkelen, ontstaat een opening (gaatje) waardoor de bacteriën welke de cariës veroorzaken een ingang krijgen tot het tandbeen (dentine). Dit weefsel dient weer als voedingsbron voor deze bacteriën en daardoor tasten zij het tandbeen aan. Dit proces wordt tandbederf genoemd. Zolang het tandbederf oppervlakkig blijft is er nog niet zo veel aan de hand maar als het proces verder gaat en de zenuw van de tand of kies bereikt begint de ellende. Met uiteraard de bijbehorende pijn.

Een groot verschil tussen paarden en mensen is dat paarden over het algemeen nauwelijks suiker eten. Hooi, kuil en gras bevatten wel suikers maar bestaan voor het grootste deel uit langzaam verteerbare koolhydraten (hele lange suikerketens). De omgeving in de paardenmond is dan ook veel minder zuur dan die van de doorsnee mens. Overigens wordt niet alleen de pH in je mond lager door het eten van suikers, ook je darmkanaal en je hele lichaam gaan verzuren, wat een negatief effect heeft op de gezondheid. In krachtvoeding zitten wel snel verteerbare koolhydraten (kortere suikerketens) en ook suikerachtige stoffen zoals melasse, maar nog steeds is dat niet te vergelijken met het aantal ‘klontjes kristalsuiker’ dat een mens gemiddeld per dag tot zich neemt.

Onder bepaalde omstandigheden is het toch mogelijk dat het tandglazuur van paarden aangetast wordt. Dit kan onder invloed van bacteriën die in de mond zitten, met behulp van zuur, het glazuur aantasten maar ook beschadigingen van het glazuur door trauma van buitenaf kunnen ervoor zorgen dat bacteriën makkelijker kunnen aanslaan.

Men denkt dat een paard geen kiespijn krijgt door tandbederf. Inmiddels zijn daar de meningen ook weer over verdeeld. Als het tandbederf ernstig genoeg is krijgen ze wel een “stinkende adem”. Het is in principe mogelijk om “gaatjes te vullen” met cement bij een paard, maar meestal wordt de cariës pas ontdekt als het al zeer ernstig is. Omdat paarden pas heel laat hun pijn tonen zal veelal besloten worden de kwelgeest te verwijderen. Bij paarden komt cariës eigenlijk alleen voor aan de kiezen en maar zelden aan de snijtanden.

Een Zweeds onderzoek heeft aangetoont dat er de laatste 10 jaar wel een toename te zien is van paarden met cariës. Bij deze paarden werd een bacterie gevonden; Streptococcus devriesei. Deze bacterie was tot nu toe onbekend en is familie van Streptococcus mutans een bacterie die betrokken is bij het ontstaan van cariës bij de mens.